Myriam en Werner duiken in het baksteenverleden van de Rupelstreek

Myriam en Werner duiken in het baksteenverleden van de Rupelstreek

Hoe het baksteenverleden het landschap kleurt

Dichtbij & Ver Weg
Auteur

Dichtbij & Ver Weg

“Hoe geweldig is dit! Op amper een kwartier van huis echt een vakantiegevoel beleven”, lacht een enthousiaste dame ons toe op het veerpont dat van Schelle naar Wintam vaart. Dankzij Expeditie Scheldeland blijven we nu eens bij wijze van uitzondering dicht bij huis en dat bevalt ons enorm. We graven in het steenbakkersverleden van de Rupelstreek.

Terwijl de veerboot rustig over de Rupel pruttelt, raken we in gesprek met een man van middelbare leeftijd. Zijn kakigroene outfit en verrekijker doen ons vermoeden dat het om een vogelspotter gaat. Voor we het beseffen loopt hij ons te gidsen op het Noordelijk Eiland, een natuurgebied dat ligt ingebed tussen de Schelde, de Rupel en het Zeekanaal.

Noordelijk Eiland Wintam Schelle.jpg

Pure rust op het Noordelijk Eiland

Het Noordelijk Eiland ontstond bij de aanleg van de Zeesluis van Wintam, die het 50 hectare grote stiltegebied domineert. Het struikachtige landschap met kleurrijke grasvlakten en waterpoelen doet ons meteen aan de Franse Camargue denken, een gevoel dat nog wordt versterkt door de rustige en vreedzame Konikpaarden die er grazen. 

In een van de plassen staat een groep lepelaars te foerageren. Onze pop-up gids telt ze geduldig door zijn verrekijker. “Het zijn er 41”, klinkt het. Hij is er rotsvast van overtuigd dat ze hier op een dag zullen broeden. “De Rupel en de Schelde waren dertig jaar geleden zowat een open riool. Dankzij het groene beleid kwamen de vissen terug en vonden een hele schare vogels in het Noordelijk Eiland een ideale pleisterplek.” Af en toe kan je er zelfs zeehonden spotten. Er leven ook vossen, al is de combinatie met de lepelaars niet altijd even geslaagd.

Narwal muurschildering in Wintam.jpg

Nationaal nieuws

Op het meest noordelijke punt kijken we uit op de Rupel die in de Schelde vloeit. Aan de overkant ligt Rupelmonde. We zien er een mooie muurschildering van een narwal, een tandwalvis die normaal enkel in het poolgebied leeft, maar hier in 2016 aanspoelde. Dat was nationaal nieuws. 

Terug aan de ‘overkant’ komen we op krachten in restaurant Tolhuis – Veer in Schelle, een gezellige plek aan de oevers van de Rupel. De heerlijke lunch spoelen we door met een lekker fris biertje. Hier bevond zich sinds de 12e eeuw een tolkantoor. Alle boten moesten er aanmeren om tol te betalen aan de graven van Vlaanderen. Naast het tolhuis stond een kleine schipperskapel waar schippersgezinnen gingen bidden. De kapel is omgebouwd tot taverne Oud Tolhuis.

preview_Myriam+en+Werner+op+Baksteen+route.jpg

Ode aan wielerhelden

Een mix van een wielermuseum, een fietsverhuurpunt en een wielercafé, de Velodroom in het Provinciaal Recreatiedomein De Schorre in Boom heeft het allemaal. Een huurfiets afhalen was nog nooit zo leuk. Voor we in het zadel kruipen, grasduinen we nog snel door de immense verzameling wielertruitjes, oude racefietsen en koersmemorabilia. 

Patrick, uitbater van de Velodroom, wijst ons de hoogtepunten aan van de 40 kilometer lange Baksteenroute. We fietsen langs de Rupel richting het centrum van Boom, maar gaan al na 200 meter in de remmen voor verrassende street art. De werken uit het Yellow Brick Road street art project kunnen we langs de hele fietsroute bewonderen. Dit kunstenaarscollectief werd opgericht door plaatselijk artiest Kanter Dhaenens. Zijn zoontjes vonden het onderweg naar school er allemaal wat grauw en grijs uitzien. Kanter besloot daar iets aan te doen. Het collectief is ondertussen vijf jaar bezig en wist tot nu toe al 4.000 vierkante meter aan gevels, tunnels en muren met hun vaak indrukwekkende werken te verfraaien.

Café De Koophandel in Boom.jpg

Beschermd dorpsgezicht

Net voor we Boom uit rijden, gaan we opnieuw in de remmen. Ditmaal voor een zwerm ooievaars die de Rupel afschuimen. Een mooi schouwspel. 

We fietsen door het verstilde Noeveren dat van Boom wordt gescheiden door de A12. Vandaag is het gehucht een beschermd dorpsgezicht waar het lijkt of de tijd stilstaat. 

De weg slingert tussen oude huisjes van de steenbakkerijarbeiders, klampovens, torenhoge schoorstenen en eindeloze rijen droogloodsen. Bij Café De Koophandel houden we een stop. Leuvense stoof, toog uit 1930 en een Rock-Ola uit 1956 waaruit songs weerklinken. Ook hier zetten we een stap terug in de tijd. De zestien brouwerijen die de Noeverse arbeiders eind 19e eeuw van hun enige verzetje voorzagen, mogen dan verdwenen zijn, streekbier kan je hier nog overal proeven. We drinken een Klinkaert Roodbruin, een licht bitter doordrinkertje, nagegist op de fles.

Uitzicht vanaf de Watertoren Rumst.jpg

Verbluffend panorama

We fietsen verder langs de Rupel naar Niel en Schelle, waar we de Scheldedijk oprijden naar Hemiksem. Bij de indrukwekkende Sint-Bernardusabdij zetten we onze fietsen aan de kant. Vanaf Hemiksem verruilen we de dijken voor rustige, landelijke wegen die ons via het Kasteel van Cleydael terug naar Boom voeren. In Rumst genieten we van een verbluffend panorama over de Rupelstreek vanaf de oude watertoren. Bij helder weer kan je zelfs het Atomium zien.

B&B Biendomo.jpg

Esperanto voor hoeve

We houden nog een laatste stop bij het drierivierenpunt in Rumst, waar de Dijle en de Nete samenvloeien tot de Rupel. Via de dijk fietsen we naar de Velodroom in Boom. We dineren in ’t Steencaycken, een heerlijk gelegen restaurant dat werd opgericht als een sociaal project en een enorm succes geworden is. 

In de landelijke omgeving van Rumst vinden we onze fantastische en smaakvol ingerichte B&B Biendomo. We worden er gastvrij ontvangen en rondgeleid door de gerenoveerde Kneukelputhoeve die wordt omringd door het groen. 

Biendomo is Esperanto voor hoeve. Op de eerste verdieping bevinden zich vier ruime gastenkamers. We donderen als een blok in slaap. ’s Morgens wacht een uitgebreid ontbijt met zicht op de herten, ganzen, kippen en poezen van de hoeve.

Gids in het EMABB te Noeveren Boom
EMABB in Noeveren Boom

Steengoed erfgoed

Vandaag duiken we nog verder in het steenbakkerijverleden van de streek. Het Steenbakkerijmuseum EMABB, wat staat voor Ecomuseum en Archief van de Boomse Baksteen, werd ondergebracht in de oude steenbakkerij. René neemt ons op sleeptouw door een uniek stukje industrieel erfgoed. Onze gids is voor de gelegenheid uitgedost in een grijze kiel, dito klak en klompen. Hij groeide op tussen de ovens en de gelegen, een ander woord voor droogkamers. 

Voor hem waren de steenbakkerijen een pretpark, zijn eigen Bobbejaanland zeg maar. Dat was jammer genoeg niet voor iedereen zo. “De Boomse klei die op de rechteroever van de Rupel gewonnen werd, was van een ongekende kwaliteit”, vertelt hij. “In de Boomse hoogdagen stonden er zo’n slordige 150 steenbakkerijen en werd er klei gewonnen uit meer dan 4500 hectare putten. Boomse bakstenen werden zelfs uitgevoerd tot in New York.” In het museum zien we een mooie maquette van een oude steenbakkerij, de evolutie van het handwerk met houten mallen en schoppen tot de eerste excavateurs, graafmachines, en een collectie fossielen die in de putten werden gevonden.

“In de winter werd er klei geschept, in de zomer werden de pannen, bakstenen en tegels gebakken”, gaat René verder. “Arbeiders werden per stuk betaald. Er werd dagen gewerkt, vaak twaalf uur lang. Ook kinderarbeid was de normaalste zaak van de wereld. Slechts 30% van de kinderen werd ouder dan 15 jaar.”

Klampoven EMABB Noeveren Boom.jpg

Stille getuigen van het verleden

In een van de voormalige arbeiderswoningen zien we de omstandigheden waarin deze gezinnen leefden, piepkleine huisjes waarin ze vaak met tienen woonden. De mussenklem aan de muur was een kleinood waardoor er af en toe vlees op tafel kwam. 

We ronden ons bezoek aan het museum af in de enorme ringoven uit 1925, de grootste van heel Vlaanderen met een capaciteit van een miljoen stenen. “In de Rupelstreek werden drie soorten ovens gebruikt: ringovens, klampovens en paapovens. Ringovens waren heel revolutionair begin vorige eeuw, want er kon continu in doorgebakken worden. Het waren de enige ovens die een schoorsteen hadden”, vertelt René. We hangen aan zijn lippen. De smog die over de streek hing, moet verstikkend geweest zijn. Vandaag trekt de natuur een groen deken over de Rupeloevers. De ovens, schoorstenen en gelegen vormen stille getuigen van een bijzonder hard, maar roemrijk verleden.

Schep bij Restaurant in de Root in Boom
Oude Schouw Noeveren Boom

Bij de Moeke aan tafel

Tafelen doen we bij ‘In De Root’ waar we worden ontvangen alsof we oude bekenden zijn. “Zet jullie gerust op ’t Koerke als jullie graag buiten eten”, lacht Gladys, de vrouw des huizes die zichzelf voorstelt als ‘lijdend’ voorwerp van de zaak. Samen met haar man Jan en zoon Jasper runt ze sinds enkele jaren dit kleine, gezellige volksrestaurant in Noeveren waar het lijkt alsof we een eeuw terug in de tijd worden gekatapulteerd.

Op de kaart staan lekkere, no-nonsense streekgerechten die met liefde worden bereid. “Ik rol drie uur per week geduldig balletjes voor mijn vol-au-vent”, zegt Gladys alias ‘de Moeke’. Ook schep, paardenstoofvlees, een lokale specialiteit, staat op het menu. We laten ons verwennen met een overheerlijke vol-au-vent met frietjes vergezeld van een Hellegat Tripel. Voor herhaling vatbaar!

Walenhoek in Niel.jpg

Stappen tussen kunst, klei en natuur

In de Rupelstreek kan je prachtige wandelingen maken. De knooppunten van het wandelnetwerk Rivierenland wijzen de weg. Een stevige wandeltocht mag dus niet ontbreken tijdens ons weekend. Bij het statige gemeentehuis van Niel beginnen we aan ‘Nen Nielsen Oemweg’, een 9,5 kilometer lange wandeling tussen kunst, klei en natuur.

We stappen door het natuurgebied Niels Broek waar we helemaal tot rust komen in een landschap waar grachten, poelen en knotwilgen de boventoon voeren. Bij de plassen spotten we een kleine zilverreiger die ons even gebiologeerd aanstaart als wij hem. Langs de Rupeldijk wandelen we naar de Gemeentekade waar we even de bewoonde wereld induiken.

Natuurhuis De Paardenstal in Niel
Niels Broek in Niel

Ode aan de trekpaarden

In het Hellegat verzeilen we nog een laatste keer tussen de droogloodsen, steenovens en steenbakkershuisjes. Ze staan in schril contrast met de grandeur van het nabijgelegen Hof Mouriau, een beschermd kasteeltje op de Rupeldijk. Tot dit hof behoort ook de Gloriëtte, een prachtig prieeltje met street art van Kanter Dhaenens. 

We wandelen langs restanten van oude getijdenmolens die werden aangedreven door de sterke getijdenwisseling van de Rupel. Bij Natuurhuis De Paardenstal in natuurgebied Walenhoek zien we nog meer street art van de Yellow Brick Road. We staan vol bewondering voor het gestileerde paard dat street artist Dzia er op de zijgevel schilderde, een ode aan alle trekpaarden die hier ooit de wagonnetjes met klei moesten versjouwen. 

Na een groen bad in natuurgebied Walenhoek belanden we bij het meest indrukwekkende stukje street art van de Rupelstreek op de sporthal van Niel. Kunstenaars Kanter Dhaenens en Dzia sloegen maandenlang de handen in elkaar voor de realisatie van Cycles, een immense muurschildering van een gigantische libel. Op de terugweg naar Brussel spreken we af dat we deze bijzondere streek, waar de kleiwinning van weleer het landschap magistraal hertekende, zeker nog eens aandoen.

Bestel je gratis vakantieboek

Ontdek nog meer uitstapjes voor je vakantie in Scheldeland
VB Scheldeland
Gidsen

Vakantieboek Scheldeland

6 reisbloggers nemen je mee op expeditie door Scheldeland

148 pagina's vol, doe-tips en leuke uitstapjes
12 kant-en-klare fiets- en wandelroutes
De mooiste verblijfadresjes voor een weekendje weg

Gratis
Dichtbij & Ver Weg

Dichtbij & Ver Weg

Myriam en Werner zijn reisjournalisten en hebben al heel de wereld gezien. Hun verhalen pennen ze neer op hun reisblog Dichtbij & Ver Weg, in 2018 nog uitgeroepen tot beste reisblog van België. Scheldeland is een voor hen nog onbekende parel. Het duo popelt om voor Expeditie Scheldeland de vele troeven van de regio te ontdekken.